Naar hoofdinhoud

De transitievergoeding is een derde maandloon per dienstjaar, plus een evenredig deel voor de resterende periode, met in 2026 een maximum van € 102.000 of één jaarloon als dat hoger is (artikel 7:673 BW). De werkgever betaalt haar bij ontslag, ontbinding en het niet verlengen van een tijdelijk contract. Deze gratis calculator rekent met het volledige maandloon volgens het Besluit loonbegrip, inclusief vakantiegeld, 13e maand en bonussen, en laat elke stap zien. Ook wisselende uren, eerdere contracten en opvolgend werkgeverschap neemt u in de berekening mee.

De laatste dag van het contract. Eindigt het contract per 1 oktober, vul dan 30 september in.

Meestal 8 %. Vul 0 in als er geen vakantiebijslag is.

Eerdere arbeidsovereenkomsten die meetellen

Vul hier eerdere contracten met dezelfde werkgever of een opvolgend werkgever in. Contracten tellen samen bij tussenpozen van ten hoogste zes maanden (artikel 7:673 lid 4 BW); de tussenpozen zelf tellen niet mee. De calculator bepaalt per contract of het meetelt en vermeldt waarom. Het huidige contract vult u hierboven in.

Bonussen, winstuitkeringen en variabele eindejaarsuitkeringen

Bruto bedrag per kalenderjaar, voor de drie jaren vóór het jaar van uitdiensttreding. Vul 0 in voor een jaar zonder uitkering. De calculator deelt door 36, of door het kleinere aantal maanden dat u in die jaren in dienst was.

Ploegentoeslag en overwerk

Was u korter dan twaalf maanden in dienst, vul dan het totaal over de hele diensttijd in; de calculator deelt door 12 of door het kleinere aantal maanden. Andere toeslagen, reiskosten, onkostenvergoedingen en een leaseauto tellen niet mee.

Op deze pagina

Wat kan deze calculator berekenen?

  • Het volledige maandloon: vakantiegeld, een vaste eindejaarsuitkering, bonussen over drie kalenderjaren, overwerk en ploegentoeslag.
  • Wisselende uren en bijzondere loonvormen: oproep-, nuluren- en min-maxcontracten, stukloon en provisie, en een salaris per maand, per 4 weken, per week of per uur.
  • Eerdere contracten: samentelling bij tussenpozen van ten hoogste zes maanden, met het overgangsrecht voor contracten die vóór 1 juli 2015 eindigden.
  • Opvolgend werkgeverschap: per contract de werkgever en wie het contract beëindigde; bij twijfel een voorlopige uitkomst en de uitkomst zonder die perioden.
  • Korte dienstverbanden: het resterende deel op basis van het werkelijk verdiende salaris, en contracten korter dan een maand.
  • Werk vóór de 18e verjaardag: maanden met gemiddeld ten hoogste twaalf uur werk per week tellen niet mee.
  • Het wettelijke maximum: het bedrag van het jaar waarin het dienstverband eindigt of één jaarloon, en aftrek van een eerder betaalde transitievergoeding.
  • Aanspraakcheck: een indicatie of de vergoeding in uw situatie verschuldigd is.

U ziet elke stap van de berekening en kunt die opslaan als PDF, Excel of tekstbestand. Betaalt de werkgever te laat, dan berekent de calculator desgewenst ook de wettelijke rente.


Wanneer heeft de werknemer recht op een transitievergoeding?

De werkgever is een transitievergoeding verschuldigd als hij de arbeidsovereenkomst opzegt, als de kantonrechter de overeenkomst op zijn verzoek ontbindt, of als hij een tijdelijk contract na afloop niet voortzet (artikel 7:673 lid 1 BW). De werknemer bouwt de vergoeding vanaf de eerste werkdag op, ook tijdens de proeftijd, ongeacht de duur van het dienstverband of de functie. Wat bij tijdelijke contracten speelt, staat in transitievergoeding bij tijdelijke contracten.

Zegt de werknemer zelf op, dan bestaat in beginsel geen recht, tenzij de opzegging het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Bij beëindiging met wederzijds goedvinden (een vaststellingsovereenkomst) bestaat geen wettelijk recht; daar spreken partijen de vergoeding af, vaak met de transitievergoeding als uitgangspunt.

Geen transitievergoeding is verschuldigd als het dienstverband eindigt in verband met of na het bereiken van de AOW-leeftijd of een afgesproken pensioenleeftijd, bij ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer, en bij werknemers jonger dan 18 jaar die gemiddeld ten hoogste twaalf uur per week werkten (artikel 7:673 lid 7 BW). Bij ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer kan de kantonrechter de vergoeding toch geheel of gedeeltelijk toekennen als het weigeren ervan onaanvaardbaar zou zijn (lid 8).

Ook in drie andere situaties is de transitievergoeding in beginsel niet verschuldigd: als de werkgever failliet is verklaard, surseance van betaling heeft gekregen of onder de schuldsaneringsregeling valt (artikel 7:673c lid 1 BW); als de toepasselijke cao bij een bedrijfseconomisch ontslag een regeling bevat die in de plaats komt van de wettelijke transitievergoeding (artikel 7:673b BW); en als vóór het einde van een tijdelijk contract al een opvolgende arbeidsovereenkomst is overeengekomen die binnen zes maanden ingaat en tussentijds kan worden opgezegd (artikel 7:673 lid 1 onder a, 3° BW).

Met de optionele aanspraakcheck in de calculator loopt u deze voorwaarden en uitzonderingen stap voor stap na. De check stelt alleen de vragen die in uw situatie relevant zijn en geeft een indicatieve uitkomst: in beginsel verschuldigd, in beginsel niet verschuldigd, juridische beoordeling nodig, of bij een vaststellingsovereenkomst een wettelijk referentiebedrag. Het bedrag wordt altijd berekend, ook als de vergoeding in uw situatie niet verschuldigd lijkt.


Hoe bereken je de transitievergoeding?

De formule staat in artikel 7:673 lid 2 BW: een derde maandloon voor elk jaar dat het dienstverband heeft geduurd, plus een evenredig deel voor de resterende maanden en dagen. Twee dingen bepalen dus de uitkomst: het maandloon en de duur van het dienstverband.

Het maandloon

Het maandloon is meer dan het bruto basissalaris. Volgens het Besluit loonbegrip vergoeding aanzegtermijn en transitievergoeding en de Regeling looncomponenten en arbeidsduur telt mee:

  • het bruto maandsalaris (uurloon maal de afgesproken arbeidsduur, of het gemiddelde over de laatste twaalf maanden bij wisselende uren);
  • het vakantiegeld, gedeeld door twaalf: bij 8 % vakantiegeld is dat 8 % van het maandsalaris;
  • een vaste eindejaarsuitkering of 13e maand, gedeeld door twaalf;
  • overwerkvergoedingen en ploegentoeslagen over de laatste twaalf maanden, gedeeld door twaalf;
  • bonussen, winstuitkeringen en variabele eindejaarsuitkeringen over de drie kalenderjaren vóór het jaar van uitdiensttreding, gedeeld door 36. Jaren zonder bonus tellen mee; was de werknemer korter in dienst, dan wordt naar rato gedeeld.

Niet mee tellen onder meer een leaseauto en onkostenvergoedingen: die zijn niet als looncomponent aangewezen. Een overzicht per component, met grondslag en rekenvoorbeelden, staat in welke looncomponenten meetellen.

De duur van het dienstverband

De duur loopt van de eerste dag in dienst tot en met de laatste dag in dienst. Opeenvolgende contracten met dezelfde werkgever tellen samen als er telkens niet meer dan zes maanden tussen zat, en dat geldt ook bij opvolgend werkgeverschap, bijvoorbeeld wanneer een uitzendkracht bij de inlener in dienst komt voor hetzelfde werk (artikel 7:673 lid 4 BW). Is bij een eerder contract al een transitievergoeding betaald, dan gaat die af van de nieuwe (lid 5). Maanden vóór de 18e verjaardag waarin de werknemer gemiddeld ten hoogste twaalf uur per week werkte, tellen niet mee (lid 4 onder a); de calculator sluit die uit als u aangeeft dat u al vóór uw 18e verjaardag bij de werkgever werkte.

Het resterende deel. Voor de periode na de volle dienstjaren rekent de wet niet met een breuk van kalenderdagen, maar met het brutosalaris dat over die periode werkelijk verschuldigd was: (bruto salaris over het resterende deel / bruto maandsalaris) × (1/3 maandloon / 12). Duurde het dienstverband 9 jaar en 5 dagen, met een maandsalaris van € 3.000 en € 800 salaris over die 5 dagen, dan is de vergoeding 9 × € 1.000 + (€ 800 / € 3.000) × (€ 1.000 / 12) = € 9.022,22. Bestaat het resterende deel alleen uit volle maanden en bleef het salaris gelijk, dan komt dat neer op 1/36 maandloon per maand. Duurde de arbeidsovereenkomst korter dan een maand, dan geldt het totale brutoloon met looncomponenten over de hele overeenkomst als maandloon (artikel 4 Besluit loonbegrip): bij € 800 voor vijf dagen is de vergoeding € 800 / 36 = € 22,22.

In de calculator vult u eerdere contracten afzonderlijk in onder Meer looncomponenten en eerdere contracten, met per contract de werkgever en wie het contract beëindigde. De calculator bepaalt per contract of het meetelt en vermeldt waarom; de tussenpozen zelf tellen niet mee. Na een tussenpoos van meer dan zes maanden tellen het contract daarvóór en alle eerdere contracten niet mee. Een cao kan die grens voor de transitievergoeding niet verkorten. Een eerder contract dat de werknemer zelf beëindigde, telt niet mee (Hoge Raad 28 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1808). Voor contracten die vóór 1 juli 2015 eindigden, geldt overgangsrecht: een tussenpoos van meer dan drie maanden doorbreekt de samentelling bij een contract dat vóór 1 juli 2012 eindigde, en bij een contract dat vóór 1 juli 2015 eindigde als binnen zes maanden een contract voor onbepaalde tijd begon (artikel XXII lid 8 Wet werk en zekerheid). Waar dat van feiten afhangt die de calculator niet kent, zoals opvolgend werkgeverschap, is de uitkomst voorlopig en ziet u ook de uitkomst zonder die perioden. Meer over contracten bij verschillende werkgevers in transitievergoeding bij opvolgend werkgeverschap.


Rekenvoorbeelden

De calculator hierboven geeft voor dezelfde gegevens dezelfde uitkomsten.

Voorbeeld 1: precies zes jaar in dienst

Een werknemer was van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2025 in dienst, met een bruto maandsalaris van € 4.500 en 8 % vakantiegeld. Het maandloon is € 4.500 + € 360 = € 4.860. De transitievergoeding is 6 × € 4.860 / 3 = € 9.720.

Voorbeeld 2: 13e maand en wisselende bonussen

Een werknemer was van 1 januari 2019 tot en met 30 april 2026 in dienst: 7 jaar en 4 maanden. Het bruto maandsalaris is € 4.000, met 8 % vakantiegeld, een 13e maand van € 4.000 en bonussen van € 12.000 (2023), € 0 (2024) en € 12.000 (2025). Het maandloon is € 4.000 + € 320 + € 333,33 (13e maand / 12) + € 666,67 (€ 24.000 / 36) = € 5.320.

  • 7 volle jaren: 7 × € 5.320 / 3 = € 12.413,33
  • 4 volle maanden: 4 × € 5.320 / 36 = € 591,11

Transitievergoeding: € 13.004,44.

Voorbeeld 3: kort tijdelijk contract

Een werknemer met een tijdelijk contract van 15 januari tot en met 20 maart 2025 verdiende € 3.000 per maand, zonder vakantiegeld in het loonbegrip. Het dienstverband duurde korter dan een jaar, dus het hele dienstverband is het resterende deel. Volgens de loonstroken was over die periode in totaal € 6.480 bruto salaris verschuldigd. De transitievergoeding is (€ 6.480 / € 3.000) × (1/3 × € 3.000 / 12) = € 180,00. Ook een kort contract levert dus een vergoeding op. Vult u het salaris over de periode niet in, dan geeft de calculator een schatting op basis van kalenderdagen.

Voorbeeld 4: eerdere contracten met een onderbreking

Een werknemer had drie tijdelijke contracten bij dezelfde werkgever: van 1 maart 2018 tot en met 28 februari 2019, van 1 januari 2020 tot en met 30 juni 2021 en van 1 oktober 2021 tot en met 30 september 2026. De werkgever liet elk contract aflopen. Het bruto maandsalaris was steeds € 3.600, met 8 % vakantiegeld. Het maandloon is € 3.600 + € 288 = € 3.888.

  • Tussen het eerste en het tweede contract zaten tien maanden. Dat is meer dan zes maanden, dus het eerste contract telt niet mee (artikel 7:673 lid 4 onder b BW).
  • Tussen het tweede en het derde contract zaten drie maanden. Die contracten tellen samen: 1 jaar en 6 maanden plus 5 jaar is 6 jaar en 6 maanden. De drie maanden zelf tellen niet mee.
  • 6 volle jaren: 6 × € 3.888 / 3 = € 7.776
  • 6 volle maanden, bij een gelijk gebleven salaris: 6 × € 3.888 / 36 = € 648

Transitievergoeding: € 8.424. Het tweede contract telt mee omdat de werkgever het liet aflopen; een eerder contract dat de werknemer zelf beëindigde, telt niet mee.

Voorbeeld 5: oproepcontract met wisselende uren

Een oproepkracht was van 1 april 2022 tot en met 31 maart 2026 in dienst, zonder vaste arbeidsduur, met een uurloon van € 16 en 8 % vakantiegeld. In de twaalf maanden vóór het einde werkte de werknemer in totaal 1.248 uur, tussen 88 en 120 uur per maand, zonder verlof of ziekte van betekenis.

  • Bij een wisselende arbeidsduur telt het gemiddelde aantal gewerkte uren per maand in de twaalf maanden vóór het einde (artikel 2 lid 1 Besluit loonbegrip): 1.248 / 12 = 104 uur.
  • Maandloon: 104 × € 16 = € 1.664, plus 8 % vakantiegeld (€ 133,12) = € 1.797,12.
  • 4 volle jaren: 4 × € 1.797,12 / 3 = € 2.396,16

Transitievergoeding: € 2.396,16. Perioden van verlof, staking of ziekte tellen niet mee bij het gemiddelde; vallen er in totaal 30 dagen of meer weg, dan komen daarvoor eerdere maanden in de plaats (artikel 2 Regeling looncomponenten en arbeidsduur). In de calculator gebruikt u hiervoor de uitgebreide berekening onder het salarisveld.


Hoeveel transitievergoeding krijg je per dienstjaar?

Per vol dienstjaar is de transitievergoeding een derde maandloon. Bij een maandloon van € 4.000 (inclusief vakantiegeld en andere componenten) komt dat neer op:

DienstjarenAantal maandlonenBij een maandloon van € 4.000
1 jaar0,33€ 1.333,33
2 jaar0,67€ 2.666,67
5 jaar1,67€ 6.666,67
10 jaar3,33€ 13.333,33
15 jaar5,00€ 20.000,00
20 jaar6,67€ 26.666,67
30 jaar10,00€ 40.000,00

Maximale transitievergoeding per jaar

De transitievergoeding is nooit hoger dan het wettelijke maximum van het jaar waarin het dienstverband eindigt, of één jaarloon als dat hoger is (artikel 7:673 lid 2 BW). Het maximum wordt elk jaar per 1 januari aangepast aan de ontwikkeling van de cao-lonen en geldt voor dienstverbanden die op of na die datum eindigen (lid 3).

Jaar van einde dienstverbandMaximum
2026€ 102.000
2025€ 98.000
2024€ 94.000
2023€ 89.000
2022€ 86.000
2021€ 84.000
2020€ 83.000

Bron: artikel 7:673 lid 2 BW in de versies die per 1 januari van elk jaar golden (wetten.overheid.nl); zie ook de uitleg van de Rijksoverheid.

Een voorbeeld: wie € 10.000 per maand verdient, heeft een jaarloon van € 120.000. Voor hem geldt in 2026 een maximum van € 120.000 in plaats van € 102.000.


Ontslag, niet-verlenging en vaststellingsovereenkomst

Dezelfde berekening geldt bij ontslag met toestemming van het UWV, bij ontbinding door de kantonrechter, bij collectief ontslag en bij het niet-verlengen van een tijdelijk contract door de werkgever. Bij ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever kan de kantonrechter daarnaast een billijke vergoeding toekennen. Voor ontslag na langdurige ziekte, de compensatie voor de werkgever en het slapend dienstverband zie transitievergoeding bij ziekte.

Bij een vaststellingsovereenkomst bepalen werkgever en werknemer zelf de vergoeding. De transitievergoeding is dan het gebruikelijke vertrekpunt van de onderhandeling, maar geen wettelijke ondergrens. Met de vaststellingsovereenkomst-generator stelt u zo'n overeenkomst op, met de transitievergoeding als bijlage.

Onder voorwaarden mag de werkgever bepaalde kosten op de transitievergoeding in mindering brengen, zoals kosten van maatregelen om werkloosheid te voorkomen of te bekorten en kosten voor de bredere inzetbaarheid van de werknemer tijdens het dienstverband (artikel 7:673 lid 6 BW). De kosten moeten vooraf schriftelijk aan de werknemer zijn gespecificeerd en de werknemer moet vooraf schriftelijk hebben ingestemd, tenzij een cao de werkgever tot die kosten verplicht (Besluit voorwaarden in mindering brengen kosten op transitievergoeding, artikel 2).


Hoe is deze berekening juridisch onderbouwd?

De calculator volgt de wettelijke regeling en houdt vier vragen uit elkaar:

  1. Welk loon telt mee? Dat volgt uit het Besluit loonbegrip en de Regeling looncomponenten en arbeidsduur.
  2. Welke diensttijd telt mee? Artikel 7:673 lid 4 BW bepaalt welke contracten samentellen. Daarbij volgt de calculator de uitspraak van de Hoge Raad over contracten die de werknemer zelf beëindigde (ECLI:NL:HR:2025:1808) en het overgangsrecht van de Wet werk en zekerheid.
  3. Hoe hoog is de vergoeding? Een derde maandloon per vol dienstjaar en een evenredig deel daarna, tot het maximum van het jaar waarin het dienstverband eindigt (artikel 7:673 lid 2 BW).
  4. Is de vergoeding verschuldigd? De optionele aanspraakcheck loopt de voorwaarden en uitzonderingen van de artikelen 7:673, 7:673b en 7:673c BW na, maar geeft alleen een indicatie.

De rekenregels draaien op de server van het Dutch Law Institute; de rekenvoorbeelden op deze pagina geven in de calculator dezelfde uitkomst. Hangt de uitkomst af van feiten die de calculator niet kan vaststellen, zoals opvolgend werkgeverschap, dan noemt hij haar voorlopig en is een juridische beoordeling nodig. De volledige verantwoording, met openbare testcasussen, staat op de pagina berekeningsmethode.


Wat dekt deze calculator niet?

Deze tool berekent uitsluitend de wettelijke transitievergoeding volgens artikel 7:673 BW. Niet meegenomen worden: de billijke vergoeding, een hogere vergoeding in een vaststellingsovereenkomst, aftrek van kosten op grond van lid 6, de loonheffing, sociaal-plan-uitkeringen. Een vast salaris per maand, per 4 weken of per week en vaste uren met een uurloon vult u direct bij het salaris in. Voor een wisselende arbeidsduur (oproep-, nuluren- of min-maxcontract), stukloon of provisie gebruikt u de uitgebreide berekening onder het salarisveld; die berekent het maandloon volgens artikel 2 van het Besluit loonbegrip. Voor specifiek juridisch advies over de hoogte van de transitievergoeding is het vaak verstandig om een arbeidsrechtadvocaat in te schakelen.


Veelgemaakte fouten bij de berekening

De meest voorkomende rekenfouten bij de transitievergoeding:

  1. het vakantiegeld weglaten uit het maandloon;
  2. de 13e maand of de bonussen over de drie kalenderjaren vóór het jaar van uitdiensttreding vergeten, of jaren zonder bonus overslaan;
  3. een leaseauto of onkostenvergoeding meetellen;
  4. eerdere tijdelijke contracten met tussenpozen van ten hoogste zes maanden niet meetellen;
  5. de oude berekening van vóór 2020 (opbouw per vol halfjaar en een hogere opbouw na tien dienstjaren) toepassen.

Werknemers die een onderbetaling vermoeden, moeten binnen drie maanden na het einde van het dienstverband een verzoek bij de kantonrechter indienen (artikel 7:686a lid 4 BW). Wie deze termijn mist, verliest het recht, ongeacht de omvang van de onderbetaling. De termijn begint op de dag na de laatste dag in dienst en eindigt aan het einde van de dag met hetzelfde nummer drie maanden later; heeft die maand zo'n dag niet, dan op de laatste dag van de maand (Hoge Raad 5 februari 2021, ECLI:NL:HR:2021:188). Was de laatste dag in dienst 31 januari, dan is 30 april de laatste dag. Valt die dag op een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag, dan loopt de termijn door tot en met de eerstvolgende dag die dat niet is (Algemene termijnenwet).


Wat als de werkgever de transitievergoeding te laat betaalt?

Over de transitievergoeding is wettelijke rente verschuldigd vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd (artikel 7:686a lid 1 BW). Was de laatste dag in dienst 31 mei, dan loopt de rente vanaf 1 juli; bij een laatste dag op 30 november vanaf 1 januari (bijvoorbeeld Rechtbank Limburg 9 april 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:3309, en Rechtbank Rotterdam 12 juni 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:10207). Het gaat om de gewone wettelijke rente (4 % per jaar sinds 1 januari 2026), niet om de hogere handelsrente. De calculator berekent die rente desgewenst na de berekening.

De wettelijke verhoging van artikel 7:625 BW bij te late loonbetaling geldt niet: de transitievergoeding is geen in geld vastgesteld loon in de zin van die bepaling. Kantonrechters wijzen een verhoging over de transitievergoeding daarom af (bijvoorbeeld Rechtbank Den Haag 22 maart 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:5371).

Voor buitengerechtelijke incassokosten geldt de forfaitaire staffel niet automatisch: het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is geschreven voor vorderingen op consumenten en tussen ondernemers. Wat overblijft is de algemene norm van artikel 6:96 lid 2 sub c BW: redelijke kosten. In een procedure bij de kantonrechter worden die als proceskosten beoordeeld.


Veelgestelde vragen over de transitievergoeding

Verder lezen (in het Engels)

Vragen over Nederlands recht? Neem contact op.