Ziekte neemt het recht op een transitievergoeding niet weg. De werkgever mag in de regel pas opzeggen als de werknemer twee jaar arbeidsongeschikt is en het UWV toestemming geeft (artikel 7:670 lid 1 BW). Eindigt het dienstverband daarna op initiatief van de werkgever, dan is de transitievergoeding verschuldigd over de hele diensttijd, inclusief de ziekteperiode. De werkgever kan de vergoeding bij het UWV terugvragen, tot ten hoogste het bedrag dat na twee jaar ziekte verschuldigd was (artikel 7:673e BW). Een werkgever die het dienstverband alleen laat voortbestaan om de vergoeding te ontlopen, moet volgens de Hoge Raad in beginsel instemmen met beëindiging tegen een vergoeding ter hoogte van de transitievergoeding.
Drie vragen die u uit elkaar moet houden
- Is de transitievergoeding verschuldigd? Dat hangt af van de manier waarop en het initiatief waarmee het dienstverband eindigt (artikel 7:673 lid 1 BW) en van de uitzonderingen in lid 7.
- Hoe hoog is de vergoeding? Dat volgt uit de duur van het dienstverband en het maandloon volgens het Besluit loonbegrip, zoals bij ieder ander ontslag.
- Krijgt de werkgever de vergoeding terug? Dat is een zaak tussen werkgever en UWV (artikel 7:673e BW) en verandert niets aan wat de werknemer ontvangt.
Ontslag tijdens en na ziekte
Tijdens de eerste twee jaar van arbeidsongeschiktheid geldt een opzegverbod (artikel 7:670 lid 1 onder a BW). Die periode wordt onder meer verlengd als het UWV de werkgever een loonsanctie oplegt, als de WIA-aanvraag te laat is gedaan of als de wachttijd op verzoek is verlengd (lid 11). Na afloop kan de werkgever het UWV om toestemming vragen om op te zeggen wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. Daarvoor moet onder meer aannemelijk zijn dat de werknemer niet binnen 26 weken herstelt en de bedongen arbeid niet binnen die termijn in aangepaste vorm kan verrichten (artikel 7:669 lid 3 onder b BW).
Zegt de werkgever na die toestemming op, dan is de transitievergoeding verschuldigd (artikel 7:673 lid 1 onder a, 1° BW). Dat geldt ook als een tijdelijk contract tijdens de ziekte afloopt en de werkgever het niet voortzet (onder a, 3°), en als partijen het dienstverband met een vaststellingsovereenkomst beëindigen en de werkgever dan een vergoeding afspreekt; in dat laatste geval is er geen wettelijk recht, maar wel een afspraak. Voor de uitzonderingen verandert ziekte niets: geen transitievergoeding bij een einde in verband met de AOW-leeftijd of bij ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer (lid 7).
De hoogte van de vergoeding bij ziekte
Diensttijd. De periode van ziekte telt volledig mee. Een werknemer die twaalf jaar werkte en daarna twee jaar ziek was, heeft veertien jaar diensttijd.
Maandloon. Het Besluit loonbegrip rekent met het bruto uurloon maal de overeengekomen arbeidsduur (artikel 2 lid 1). Het lagere loon dat tijdens ziekte wordt doorbetaald, bijvoorbeeld 70 % (artikel 7:629 BW), is in die bepaling niet de maatstaf. Een uitspraak van de Hoge Raad over deze vraag hebben wij niet gevonden.
Looncomponenten. Vakantiebijslag en een vaste eindejaarsuitkering tellen mee zoals gewoonlijk. Overwerk en ploegentoeslagen tellen mee voor zover zij in de laatste twaalf maanden verschuldigd waren (artikel 3 lid 1 onder b Besluit loonbegrip); werkte de werknemer in die periode niet, dan kan dat deel lager uitvallen of wegvallen. Bonussen en winstuitkeringen tellen mee over de drie kalenderjaren vóór het jaar van het einde, gedeeld door 36. Bij een wisselende arbeidsduur blijven maanden van ziekte buiten het gemiddelde (artikel 2 Regeling looncomponenten en arbeidsduur). Meer daarover in welke looncomponenten meetellen.
Compensatie voor de werkgever
Het UWV vergoedt op verzoek van de werkgever de transitievergoeding die hij betaalde bij een einde na twee jaar ziekte (artikel 7:673e lid 1 onder a BW). Dat geldt als het dienstverband eindigde omdat de werknemer wegens ziekte de bedongen arbeid niet meer kon verrichten, en als een tijdelijk contract van rechtswege eindigde terwijl de werknemer ziek was. Ook bij een beëindiging met wederzijds goedvinden kan de werkgever compensatie krijgen, als hij bij opzegging of ontbinding een transitievergoeding verschuldigd zou zijn geweest (lid 3).
De compensatie is nooit hoger dan wat de werkgever betaalde, en ook niet hoger dan de transitievergoeding die verschuldigd zou zijn bij een einde op de dag na de twee jaar ziekte (lid 2). Diensttijd na die twee jaar levert de werkgever dus geen compensatie op, maar telt voor de werknemer wel mee. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de duur daarvoor fictief wordt bekort tot het einde van de periode van twee jaar (CRvB 1 juni 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1180). Daarnaast kent lid 1 onder b een compensatie voor kleine werkgevers die hun onderneming beëindigen omdat de werkgever de AOW-leeftijd bereikt of is overleden.
Het slapend dienstverband
Na twee jaar ziekte is de werkgever niet verplicht om ontslag aan te vragen. Hij kon het dienstverband daarom laten "slapen": geen loon meer, maar ook geen einde en dus geen transitievergoeding. Sinds de compensatieregeling werkt dat niet meer. Volgens de Hoge Raad brengt goed werkgeverschap (artikel 7:611 BW) mee dat de werkgever in beginsel moet instemmen met een voorstel van de werknemer om het dienstverband met wederzijds goedvinden te beëindigen tegen een vergoeding ter hoogte van de transitievergoeding. De vergoeding hoeft niet hoger te zijn dan de transitievergoeding bij een einde op de dag nadat de werkgever wegens de ziekte had kunnen opzeggen (HR 8 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1734, Xella).
De werkgever mag weigeren als hij een gerechtvaardigd belang heeft bij voortzetting, bijvoorbeeld omdat er reële re-integratiemogelijkheden zijn. Dat de werknemer bijna de AOW-leeftijd bereikt, is geen gerechtvaardigd belang. De regel geldt ook voor werknemers bij wie de twee jaar ziekte al vóór 1 juli 2015 verstreken, maar alleen voor voorstellen die de werknemer op of na 20 juli 2018 deed (HR 11 november 2022, ECLI:NL:HR:2022:1575 en ECLI:NL:HR:2022:1576). Een vaststellingsovereenkomst voor zo'n beëindiging stelt u op met de vaststellingsovereenkomst-generator.
Rekenvoorbeeld
Een werknemer is sinds 1 maart 2012 in dienst, met een bruto maandsalaris van € 4.000 en 8 % vakantiebijslag: maandloon € 4.320. De werknemer wordt op 4 maart 2023 ziek; de 104 weken lopen tot en met 28 februari 2025. Na toestemming van het UWV zegt de werkgever op; de laatste dag in dienst is 30 juni 2025.
| Diensttijd | Berekening | Bedrag | |
|---|---|---|---|
| Transitievergoeding voor de werknemer | 1-3-2012 t/m 30-6-2025: 13 jaar en 4 maanden | 13 × € 1.440 + 4 × € 120 | € 19.200 |
| Maximale compensatie voor de werkgever | 1-3-2012 t/m 28-2-2025: 13 jaar | 13 × € 1.440 | € 18.720 |
De werknemer krijgt € 19.200. De werkgever betaalt dat bedrag en krijgt van het UWV ten hoogste € 18.720 terug. Beide bedragen zijn nagerekend met de rekenmotor van de calculator; met de transitievergoeding-calculator rekent u uw eigen situatie door, ook met wisselende uren en looncomponenten.
Conclusie
Bij ontslag na langdurige ziekte is de transitievergoeding in de regel gewoon verschuldigd, over de hele diensttijd. De werkgever draagt de kosten tot het bedrag na twee jaar ziekte meestal niet zelf: het UWV compenseert. Een slapend dienstverband kan de werkgever sinds Xella in beginsel niet meer volhouden als de werknemer om beëindiging met een vergoeding vraagt.
Belangrijkste rechtsbronnen
- Artikel 7:673 BW (recht en hoogte)
- Artikel 7:673e BW (compensatie na twee jaar ziekte)
- Artikel 7:670 BW (opzegverbod tijdens ziekte) en artikel 7:669 lid 3 onder b BW
- HR 8 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1734 (Xella: slapend dienstverband)
- HR 11 november 2022, ECLI:NL:HR:2022:1575 en ECLI:NL:HR:2022:1576
- CRvB 1 juni 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1180 (omvang van de compensatie)