Voor de transitievergoeding telt meer mee dan het bruto maandsalaris. Ook de vakantiebijslag, een vaste eindejaarsuitkering, overwerkvergoedingen en ploegentoeslagen, en variabele beloning zoals bonussen en winstuitkeringen horen bij het maandloon, elk met een eigen referteperiode (artikel 7:673 lid 2 BW, Besluit loonbegrip vergoeding aanzegtermijn en transitievergoeding en Regeling looncomponenten en arbeidsduur). Een leaseauto, onkostenvergoedingen en toeslagen die de regeling niet aanwijst, tellen niet mee. Hieronder staat per looncomponent of en hoe die meetelt, met twee rekenvoorbeelden.
Het wettelijke kader
De transitievergoeding is een derde maandloon voor elk jaar dat de arbeidsovereenkomst heeft geduurd (artikel 7:673 lid 2 BW). Wat onder "loon" valt, staat niet in het Burgerlijk Wetboek zelf: lid 10 van dat artikel laat dat over aan een algemene maatregel van bestuur. Dat is het Besluit loonbegrip vergoeding aanzegtermijn en transitievergoeding, kortweg het Besluit loonbegrip. De minister wijst in de Regeling looncomponenten en arbeidsduur aan welke vaste en variabele looncomponenten meetellen.
Het maandloon bestaat zo uit drie lagen:
- Het basisloon: het bruto uurloon maal de overeengekomen arbeidsduur per maand, of bij een wisselende arbeidsduur maal het gemiddeld aantal gewerkte uren (artikel 2 Besluit loonbegrip).
- De uitbreiding: vakantiebijslag en vaste eindejaarsuitkering, vaste looncomponenten en variabele looncomponenten, elk over een eigen periode (artikel 3 Besluit loonbegrip).
- De uitzondering voor zeer korte contracten: duurde de arbeidsovereenkomst korter dan een maand, dan geldt het totale loon over de hele overeenkomst als maandloon (artikel 4 Besluit loonbegrip).
Overzicht per looncomponent
| Looncomponent | Telt mee? | Berekening | Grondslag |
|---|---|---|---|
| Bruto basissalaris bij een vaste arbeidsduur | Ja | Uurloon maal de overeengekomen arbeidsduur per maand | Art. 2 lid 1 Besluit loonbegrip |
| Salaris bij geen of een wisselende arbeidsduur (oproep-, nuluren- en min-maxcontract) | Ja | Uurloon maal het gemiddeld aantal gewerkte uren per maand in de twaalf maanden vóór het einde, of over de hele duur als die korter was; perioden van verlof, staking en ziekte tellen niet mee | Art. 2 lid 1 Besluit loonbegrip; art. 2 Regeling |
| Provisie en stukloon | Ja | Wat in de twaalf maanden vóór het einde verschuldigd was, gedeeld door twaalf (naar rato bij een kortere duur) | Art. 2 leden 3 en 4 Besluit loonbegrip; art. 3 Regeling |
| Vakantiebijslag | Ja | De bijslag waarop binnen twaalf maanden aanspraak zou bestaan bij voortzetting, gedeeld door twaalf | Art. 3 lid 1 onder a Besluit loonbegrip |
| Vaste eindejaarsuitkering of dertiende maand | Ja, als de uitkering vaststaat | Als bij de vakantiebijslag: gedeeld door twaalf | Art. 3 lid 1 onder a Besluit loonbegrip |
| Overwerkvergoeding en ploegentoeslag | Ja, voor zover overeengekomen | Wat in de twaalf maanden vóór het einde verschuldigd was, gedeeld door twaalf | Art. 3 lid 1 onder b Besluit loonbegrip; art. 4 Regeling |
| Bonussen, winstuitkeringen en een variabele eindejaarsuitkering | Ja, voor zover overeengekomen | Wat in de drie kalenderjaren vóór het jaar van het einde verschuldigd was, gedeeld door 36; jaren zonder uitkering tellen mee; naar rato bij een kortere duur | Art. 3 lid 1 onder c en lid 2 Besluit loonbegrip; art. 5 Regeling |
| Andere toeslagen, reiskosten, onkostenvergoedingen, een leaseauto, de werkgeversbijdrage aan het pensioen | Nee | Niet als looncomponent aangewezen | Art. 4 en 5 Regeling (aanwijzing) |
De regeling wijst de vaste looncomponenten (overwerkvergoedingen en ploegentoeslagen) en de variabele looncomponenten (bonussen, winstuitkeringen en eindejaarsuitkeringen) uitdrukkelijk aan. Een toeslag die niet onder die omschrijvingen valt, telt niet mee. Of een bepaalde toeslag, bijvoorbeeld een onregelmatigheidstoeslag, als ploegentoeslag geldt, hangt af van de afspraak en de aard van het werk.
Vast of variabel: de eindejaarsuitkering
De eindejaarsuitkering komt twee keer voor in de regels, en het verschil telt. Een vaste eindejaarsuitkering, zoals een dertiende maand die de werknemer ieder jaar onvoorwaardelijk krijgt, hoort bij de vakantiebijslag: de uitkering waarop de werknemer binnen twaalf maanden aanspraak zou hebben, gedeeld door twaalf (artikel 3 lid 1 onder a Besluit loonbegrip). Een eindejaarsuitkering waarvan de hoogte afhangt van het functioneren van de werknemer of de resultaten van de onderneming is een variabele looncomponent (artikel 1 onder c Besluit loonbegrip en artikel 5 Regeling). Die telt mee over de drie kalenderjaren vóór het jaar waarin het dienstverband eindigt, gedeeld door 36.
Het verschil kan groot zijn. Kreeg een werknemer in twee van de drie kalenderjaren geen variabele eindejaarsuitkering en in het derde jaar wel, dan telt die ene uitkering voor een derde mee. Een vaste dertiende maand telt volledig mee.
Wisselende uren, afwezigheid en provisie
Is er geen vaste arbeidsduur afgesproken, of wisselt die, dan telt het gemiddeld aantal gewerkte uren per maand in de twaalf maanden vóór het einde. Perioden waarin de werknemer verlof had, staakte of ziek was, laat de regeling buiten beschouwing (artikel 2 lid 1 Regeling looncomponenten en arbeidsduur). Vallen er in totaal 30 dagen of meer weg, dan komt voor iedere periode van 30 dagen een kalendermaand zonder afwezigheid in de plaats, direct voorafgaand aan de referteperiode (lid 2), maar niet van vóór het begin van de arbeidsovereenkomst die eindigt (lid 3).
Voor provisie en stukloon gelden dezelfde regels (artikel 3 Regeling). Wordt een vast salaris aangevuld met provisie, dan telt beide mee: het vaste deel volgens de overeengekomen arbeidsduur, de provisie als gemiddelde over twaalf maanden.
In de transitievergoeding-calculator vult u wisselende uren, afwezigheid en provisie per maand in via de uitgebreide berekening onder het salarisveld. De calculator past de regels over afwezigheid toe en rekent bij een min-maxcontract met ten minste het afgesproken minimum.
Arbeidsovereenkomsten korter dan een maand
Duurde de arbeidsovereenkomst korter dan een maand, dan is het maandloon het totale brutoloon dat voor de hele overeenkomst verschuldigd was, met de looncomponenten (artikel 4 Besluit loonbegrip). Een contract van tien dagen met in totaal € 1.000 loon levert € 1.000 / 36 = € 27,78 transitievergoeding op. Meer over korte en tijdelijke contracten staat in transitievergoeding bij tijdelijke contracten.
Rekenvoorbeelden
Beide voorbeelden zijn nagerekend met de rekenmotor van de calculator; die rondt elke looncomponent af op centen en rekent daarna met het afgeronde maandloon.
Voorbeeld 1: salaris met alle soorten looncomponenten
Een werknemer was van 1 maart 2016 tot en met 28 februari 2026 in dienst: precies tien jaar. Het bruto maandsalaris is € 3.500, de vakantiebijslag 8 %, er is een vaste eindejaarsuitkering van € 1.750 per jaar, in de laatste twaalf maanden was € 2.400 aan overwerk en ploegentoeslag verschuldigd, en de bonussen waren € 1.800 (2023), € 0 (2024) en € 3.600 (2025).
| Component | Berekening | Per maand |
|---|---|---|
| Bruto maandsalaris | € 3.500,00 | |
| Vakantiebijslag | 8 % van € 3.500 | € 280,00 |
| Vaste eindejaarsuitkering | € 1.750 / 12 | € 145,83 |
| Overwerk en ploegentoeslag | € 2.400 / 12 | € 200,00 |
| Bonussen | (€ 1.800 + € 0 + € 3.600) / 36 | € 150,00 |
| Maandloon | € 4.275,83 |
Transitievergoeding: 10 × € 4.275,83 / 3 = € 14.252,77. Zonder de looncomponenten, alleen met het basissalaris, zou de uitkomst € 11.666,67 zijn.
Voorbeeld 2: oproepkracht met een maand ziekte
Een oproepkracht was van 1 juli 2020 tot en met 30 juni 2026 in dienst, met een uurloon van € 18. In de twaalf maanden vóór het einde werkte de werknemer elke maand 100 uur, behalve in december 2025: toen was de werknemer de hele maand (31 dagen) ziek. In juni 2025, de maand vóór de referteperiode, werkte de werknemer 160 uur.
- December 2025 telt niet mee, omdat de werknemer toen ziek was (artikel 2 lid 1 Regeling).
- De afwezigheid is 31 dagen, dus 30 dagen of meer: juni 2025 komt in de plaats (lid 2).
- Gemiddelde: (11 × 100 + 160) / 12 = 105 uur per maand; maandloon 105 × € 18 = € 1.890.
- Transitievergoeding: 6 × € 1.890 / 3 = € 3.780.
Was de werknemer in februari 2026 ziek geweest (28 dagen), dan was de drempel van 30 dagen niet gehaald. Februari valt dan wel weg, maar er komt geen eerdere maand bij: het gemiddelde is 1.100 / 11 = 100 uur, het maandloon € 1.800 en de transitievergoeding € 3.600.
Conclusie
Het maandloon voor de transitievergoeding is een optelsom met verschillende referteperiodes: twaalf maanden voor vaste componenten en wisselende uren, drie kalenderjaren voor variabele beloning. Wie alleen het basissalaris gebruikt, rekent in de regel te laag. Met de gratis calculator van het Dutch Law Institute berekent u het maandloon per component en ziet u elke stap van de berekening.
Belangrijkste rechtsbronnen
- Artikel 7:673 BW (transitievergoeding, leden 2 en 10)
- Besluit loonbegrip vergoeding aanzegtermijn en transitievergoeding (artikelen 1 tot en met 4)
- Regeling looncomponenten en arbeidsduur (artikelen 2 tot en met 5)